Liquidatie reserve of VVPR bis aandelen

26 april 2015
Geplaatst door Ochal Accountancy

Liquidatiebonus opnieuw aan 10%?

U herinnert zich ongetwijfeld nog de stormloop naar de notariskantoren eind 2013 tot 30 september 2014. Heel wat vennootschappen wensten nog snel gebruik te maken van de overgangsregeling die de regering Di Rupo had voorzien. Met ingang van 1 oktober 2014 werd het tarief van de roerende voorheffing op liquidatieboni immers verhoogd van 10 naar 25%. Om te vermijden dat er massaal vennootschappen ontbonden en vereffenend zouden worden, had de wetgever voorzien in een tijdelijke overgangsmaatregel die erin bestond dat (een deel van) de beschikbare reserves of overgedragen winst kon worden geïncorporeerd in het kapitaal van de vennootschap tegen betaling van 10% roerende voorheffing.

Niet alle partijen waren even gelukkig met de verhoging van het tarief op liquidatieboni en maakten er een verkiezingsbelofte van: zij zouden deze regeling terugdraaien… Het is dan ook niet verwonderlijk dat het federaal regeerakkoord een aantal nieuwigheden voorziet in dit verband.

Op een definitieve wet is het wellicht nog wachten tot eind dit jaar. We baseren ons in dit artikel dan ook op de ontwerpteksten die circuleren.

Liquidatiereserve

De nieuwe regering voorziet een soort permanente verlenging van de overgangsregel van Di Rupo via het systeem van de zogenaamde ‘liquidatiereserve’. Van deze regelgeving zouden evenwel enkel KMO- vennootschappen gebruik kunnen maken.

De te bestemmen winst van het boekjaar (of een gedeelte daarvan) kan worden toegewezen aan de zogenaamde liquidatiereserve. Er zal daarvoor een afzonderlijke rekening op het passief van de balans komen. Op de bedragen die geboekt worden op deze rekening, zal een afzonderlijke heffing van 10% geheven worden.


Voorbeeld:
Het boekjaar van vennootschap Y sluit af op 31/12/2014 met een winst na belastingen van € 40.000,00. Er wordt € 20.000,00 van de winst ná belasting overgeboekt op de afzonderlijke rekening ‘liquidatiereserve’ op het passief. Er zal een afzonderlijke heffing van 10% plaatsvinden op een bedrag van € 20.000,00 hetzij € 2.000,00.


Indien de liquidatiereserve wordt uitgekeerd binnen de 5 jaar, dan bedraagt de roerende voorheffing op dit dividend 15%, bovenop de reeds betaalde heffing van 10%.

Indien de liquidatiereserve wordt uitgekeerd na het verstrijken van 5 jaar, dan bedraagt de roerende voorheffing op dit dividend slechts 5%, bovenop de reeds betaalde heffing van 10%.

Op het moment van ontbinding van de vennootschap zal de liquidatiebonus, in de mate dat die voorkomt uit de liquidatiereserve, vrijgesteld zijn van roerende voorheffing. De reeds vroeger betaalde afzonderlijke heffing van 10% wordt dan de eindbelasting. Zoals het er nu naar uit ziet, is niet vereist dat deze liquidatiereserve gedurende een bepaalde minimumduur (bijvoorbeeld 5 jaar) werd aangehouden. In geval van vereffening binnen de 5 jaar na aanleg van de liquidatiereserve.


Volgens het ontwerp van Programmawet van 28 november 2014 zou de nieuwe regeling ingaan vanaf aanslagjaar 2015, dwz voor de boekjaren die afsluiten vanaf 31 december 2014. Dit werd ondertussen reeds bevestigd.


VPR-bis of liquidatiereserve?

Kort samengevat komt het hier op neer: dividenduitkeringen met betrekking tot aandelen uitgegeven vanaf 1 juli 2013 door inbreng in geld komen onder bepaalde voorwaarden opnieuw in aanmerking voor het tarief van 15 % roerende voorheffing.
Welke regeling is nu het voordeligst? Dat hangt van de precieze omstandigheden af…
Indien men vandaag een nieuwe kleine vennootschap opricht (minimaal 18.550 € volstort) met nieuwe aandelen op naam kan met binnen 5 jaar steeds genieten van een verlaagd tarief roerende voorheffing van 15% en dit zonder dat men 10% roerende voorheffing door moet storten aan de Belgische schatkist. Indien men werkt met het systeem liquidatiereserve zal men bij de aanleg 10% moeten doorstorten maar men is wel zeker dat bij stopzetting of vereffening geen 25% of 15% maar 10% roerende voorheffing dient betaald te worden op de te belaste reserves. Aangezien deze 10% reeds avant la lettre betaald werd moet men dus no 0% roerende voorheffing betalen.